T: (038) 720 07 30 E: info@voetenbeweging.nl
Coronavirus, zo helpen we je de komende tijd? Klik hier voor meer info

Coronavirus, zo helpen we je de komende tijd? Klik hier voor meer info

Beenlengteverschil: help, ik sta scheef!

Beenlengteverschil: help, ik sta scheef!
12 april 2018 Erik Balster
Beenlengteverschil - Expertisecentrum Voet & Beweging

Bijna alle mensen hebben een klein beenlengteverschil. Een verschil in beenlengte is dus heel normaal en leidt zelden tot klachten. Wanneer er wél klachten ontstaan, en wat je eraan kunt doen? Dat lees je in dit blog.

Beenlengteverschil: heel normaal!

Geen mens is volkomen symmetrisch en dus heeft bijna niemand twee exact even lange benen. Onze boven- en onderbenen links en rechts maken niet allemaal op hetzelfde moment dezelfde groei door. Op een gegeven moment zijn we uitgegroeid. Het is bijna nooit het geval dat onze benen op dat moment even lang zijn. Beenlengteverschil is dus niets ongewoons. En meestal geeft het geen klachten.

Klachten door beenlengteverschil

Vaak merken we de verschillen in beenlengte niet eens op. Maar bij sommige mensen veroorzaakt een beenlengteverschil wél klachten in voeten, knieën, heupen of (onder)rug. Ook kan er een abnormale kromming van de wervelkolom of een scheefstand van het bekken ontstaan, en is tijdens het lopen soms een duidelijke waggelende gang te zien.

Waarom krijgt de een klachten en de ander niet? Dat hangt af van:

  • De grootte van het beenlengteverschil in centimeters. Mensen blijken verschillen in beenlengte van 1,5 tot 2 cm meestal probleemloos te kunnen opvangen. Is het verschil groter, dan wordt de kans op klachten ook groter.
  • De oorzaak. Meestal is er geen duidelijke oorzaak aan te wijzen voor het beenlengteverschil. Beenlengteverschil kan aangeboren zijn of op jonge leeftijd ontstaan, zoals bij een onvolgroeid heupgewricht (heupdysplasie), een beschadigde groeischijf, door ongelijk gevormde benen (O-of X-benen). Bij een volwassene kan beenlengteverschil ontstaan door bijvoorbeeld een beenbreuk, kunstknie of kunstheup.
  • De snelheid van ontstaan. Ontstaan de lengteverschillen geleidelijk, dan is de kans groot dat het lichaam zich aanpast aan de asymmetrie en er geen klachten optreden. Als het verschil in beenlengte in korte tijd is ontstaan, heeft het lichaam zich nog niet kunnen aanpassen. Dat kan klachten in het ‘bewegingsapparaat’ geven. Vaak ontstaan er bij iemand die al heel lang beenlengteverschil heeft pas klachten als die persoon plotseling meer of andere lichamelijke activiteiten vertoont (meer sporten, een ander trainingsschema, andere werkzaamheden).

Rugklachten door beenlengteverschil?

Bij rugklachten wordt het beenlengteverschil nogal eens als veroorzaker aangewezen. Dikwijls is dat onterecht! Beenlengteverschillen komen vaak voor. Rugklachten komen ook vaak voor. De kans om een beenlengteverschil te vinden bij iemand met rugklachten is dan ook groot. Maar dat betekent nog niet dat de rugklachten door het verschil in beenlengte worden veroorzaakt. Om de oorzaak van rugklachten te vinden, moet de arts of therapeut naar het totaalplaatje kijken. Er kunnen andere factoren in het spel zijn die de rugpijn veroorzaken.

Beenlengteverschil bij hardlopen

Net als bij andere bewegingen past het lichaam zich ook bij hardlopen meestal aan het verschil in beenlengte aan. Daarbij is hardlopen ook een heel andere bewegingsvorm dan lopen. Tijdens het gewone lopen is er een fase waarin beide voeten tegelijk op de grond staan. Bij het rennen komt deze fase niet voor, maar is er wel een fase waarin beide voeten van de grond zijn. Beenlengteverschil is dus zelden de oorzaak van klachten aan heup, bovenbeen, knie, bilspier of onderrug tijdens het hardlopen. De klachten tijdens hardlopen kunnen ook andere oorzaken hebben. Zoals bijvoorbeeld een parcours met veel schuin aflopende paden. Het is dus ook bij hardlopen verstandig om verder te kijken dan het beenlengteverschil alleen.

Maar ook hier geldt: als het beenlengteverschil nog niet zo lang geleden is ontstaan, of als het lengteverschil tussen beide benen erg groot is, is de kans op klachten groter en kan veel hardlopen de klachten verergeren. Vaak beperken de klachten zich niet tot het hardlopen, maar heb je er ook last van bij andere vormen van bewegen, of bij lang staan.

Beenlengteverschil meten

Wil je het beenlengteverschil meten, dan heb je niet veel aan een meetlint. Daarmee kun je niet betrouwbaar meten. Een betere meetmethode is de ‘plankjesmethode’. Hierbij zet de onderzoeker in stand plankjes van een bepaalde dikte onder het korte been tot het bekken recht staat. Maar het constateren van beenlengteverschil alleen zegt nog niet zoveel. Om te beoordelen of het verschil in beenlengte iemands klachten veroorzaakt of in stand houdt, kijkt de podoloog, podotherapeut, orthopedisch schoentechnicus of fysiotherapeut daarnaast ook naar:

  • De ontstaansgeschiedenis. Zijn er duidelijke oorzaken aan te wijzen voor het beenlengteverschil? Hoe lang bestaan de klachten al?
  • De gewrichten in de bewegingsketen. Zijn er bewegingsbeperkingen? Is er verschil in kracht? Welke eisen worden in het dagelijks leven aan het lichaam gesteld?
  • Verschillen tussen stilstaan en bewegen. Het komt nogal eens voor dat iemand bij staan instabiel is in de heup, maar dat er tijdens het sporten meer dynamische stabiliteit is, waardoor de verschillen dan niet meer hinderlijk zijn.
  • Bij een kind in de groei probeert de behandelaar bijvoorbeeld in te schatten of het verschil in beenlengte groter gaat worden als het kind groeit.

Beenlengteverschil oplossen

Het lichaam heeft een groot aanpassingsvermogen. Als iemand een asymmetrische houding of een asymmetrisch bewegingspatroon ontwikkelt, ontstaan daardoor op natuurlijke wijze beenlengteverschillen. Deze verschillen geven geen klachten, tenzij je de natuurlijke aanpassingen weghaalt. Beenlengteverschillen oplossen is dus niet altijd verstandig, voordat je tot behandeling overgaat moeten oorzaken en gevolgen goed worden afgewogen.

Is ingrijpen wel nodig, dan kan – afhankelijk van de oorzaak – gekozen worden voor een aanpassing aan één schoen. In het begin kan dit juist klachten geven, doordat het lichaam uit zijn zelfgevonden evenwicht wordt gehaald. Na een tijdje moeten deze ‘aanpassingsklachten’ vanzelf overgaan. Zo niet, dan is het middel erger dan de kwaal.

Dit blog is geschreven met medewerking van Peter van de Berg, adviseur voetgerelateerde klachten bij Kemerink en Jan Haagen, directeur van Kemerink en oprichter/eigenaar van het Expertisecentrum Voet en Beweging.