T: (038) 720 07 30 E: info@voetenbeweging.nl
Van 20 t/m 31 juli is het Expertisecentrum Voet & Beweging gesloten

Van 20 t/m 31 juli is het Expertisecentrum Voet & Beweging gesloten

Sport en blessures tijdens de groei

Sport en blessures tijdens de groei
13 januari 2020 Erik Balster

Vier op de vijf jongeren beweegt te weinig, volgens de Wereldgezondheidsorganisatie van de VN (WHO). Moeten we hen massaal naar een sportclub sturen? ‘Bewegen is zo belangrijk’, zegt Peter van den Berg, ‘maar beweeg verstandig. Want juist in periodes van snelle groei is er een grotere kans op blessures.’ Ook pleit hij voor voldoende en gevarieerd bewegen in de jaren vóór en tijdens de groeispurt.

‘Kinderen groeien niet gelijkmatig, maar schoksgewijs’, begint Peter. ‘Elk kind krijgt te maken met een versnelde groeifase, ook wel groeispurt genoemd. Bij de een verloopt zo’n groeispurt wel geleidelijker dan bij de ander. Kinderen maken drie groeispurten door. Bij de laatste, derde groeifase is er een verschil tussen meisjes en jongens. Meisjes doorlopen deze groeispurt gemiddeld op de leeftijd van tien tot dertien jaar, jongens tussen twaalf en zestien jaar. Dit verschil heeft vooral te maken met de hormonale veranderingen die jongens en meisjes ondergaan. Daardoor verandert het lichaam en het lichaamsbeeld veel in korte tijd. Dit heeft invloed op de (sportieve) ontwikkeling van het kind.’

Veel lichamelijke veranderingen

‘Tijdens een groeispurt neemt de botdichtheid neemt tijdelijk af. Spieren en pezen moeten zich aanpassen aan de veranderingen door de groeispurt. Vooral de spieraanhechtingen van de hiel en de knieën krijgen het zwaar te verduren. De heup-, enkel- en kniestijfheid neemt toe. Ook verslechtert de balans. Bij meisjes komt het lichaamszwaartepunt meer naar achteren te liggen doordat de heupen breder worden. Bij jongens komt het lichaamszwaartepunt juist meer voorwaarts te liggen doordat de schouders breder worden. Dit heeft invloed op de motoriek. Daar komt bij dat het brein in deze periode ook volop in ontwikkeling is.  Voor de coördinatie van je bewegingen is een groeispurt lastig; je ziet vaak dat een kind in zo’n fase tijdelijk onhandig en slungelig is. Tijdens het sporten merken kinderen dat ze anders bewegen, daar moeten ze aan wennen. Hun lichaam doet niet meer wat ze verwachten. Tegelijkertijd nemen ze door rijping van het brein wel meer risico’s, ook op sportgebied.‘ Niet meer sporten dan? ‘Juist wel’, reageert Peter. ‘Sporten helpt om te wennen aan een nieuwe manier van bewegen. Als er maar rekening mee wordt gehouden dat sommige vaardigheden tijdelijk extra moeilijk zijn voor het kind. Oefeningen gericht op coördinatie helpen kinderen weer meer grip te krijgen op hun bewegingen.’

Blessures

Uit onderzoek blijkt dat kinderen en jongeren tijdens periodes van snelle groei een verhoogd risico hebben op (overbelastings-) blessures. Hoe komt dat? Peter: ‘Dat komt vooral door de veranderingen in de motoriek. En doordat kinderen wat meer risico’s nemen. De meeste blessures ontstaan aan het begin van het seizoen. Een groot deel van de kinderen groeit gemiddeld meer in de vakanties (rustmomenten). Daar komt bij dat de belasting na een vakantie vaak (te) snel wordt opgevoerd. Soms lopen deze kinderen dan ook letterlijk op hun tenen. Het is belangrijk dat ouders, trainers en leerkrachten zich van dit alles bewust zijn en rekening houden met de (trainings-) belasting die ze aanbieden. Kinderen die tijdens het sporten veel prestatiedruk ervaren, gaan gemakkelijker over hun grenzen, met blessures tot gevolg.’

Adviezen

Een tandje terug

‘Om fit te blijven en te wennen aan nieuwe beweegpatronen, is het belangrijk dat kinderen en jongeren ook tijdens groeispurten voldoende blijven bewegen. Maar wij adviseren wel om tijdens fasen van snelle groei (tijdelijk) minder vaak en minder intensief te sporten en niet tot het uiterste te gaan. Door gerichte oefeningen en advies kan de hoeveelheid belasting die een kind aankan, geleidelijk weer verhoogd worden.’

Doseer de belasting

‘Bij veel sporten is de tendens om na de zomervakantie veel te gaan trainen’, aldus Peter. ‘Vaak wordt de belasting hierbij te snel opgevoerd en wordt er ook nog eens eenzijdig getraind. Om overbelasting te voorkomen is een gedoseerde opbouw met variatie van bewegen zeker wenselijk.’

Voldoende slaap

‘Goede voeding en voldoende slaap helpen je kind deze periode goed te doorstaan.’

Meten is weten

‘Kinderen die sporten, veel bewegen, hebben tijdens hun groeispurt extra aandacht nodig. Als je weet wanneer een kind pieken in zijn groei heeft en hoe groot die pieken zijn, kun je daar de intensiteit en de manier van bewegen en trainen op aanpassen en kun je extra coördinatieoefeningen bieden. Daarom is ons advies om bij sportende kinderen vanaf een jaar of tien elke drie maanden de groei te meten. De Age of Peak Heigh Velocity (PHV) is goed te meten en is de meest praktische manier om inzicht te krijgen waar een kind staat in zijn of haar groeiontwikkeling.  Hiermee kan de periode worden berekend waarin de groeispurt waarschijnlijk plaatsvindt. Op basis hiervan kunnen de belasting en activiteiten worden aangepast.’

Houd rekening met verschillen

‘Het indelen in een team of klasse gebeurt meestal op kalenderleeftijd. Maar juist in de leeftijdsfase tussen tien en vijftien jaar kunnen deze verschillen op fysiek gebied erg groot zijn en invloed hebben op de prestaties. Er is een verband tussen de snelheid en timing van de groeispurt en een toename in blessures. Later rijpe spelers hebben meer overbelastingblessures zowel in de periode voor de grootste groeispurt als tijdens de piek van de groeispurt. Dit komt waarschijnlijk doordat vroeger rijpende spelers in hun omgeving al wel een groeispurt hebben doorgemaakt of aan het doormaken zijn, waardoor zij al groter, sterker en sneller zijn.’

De juiste schoenen

‘Goede sportschoenen helpen de stabiliteit te vergroten, en stabiliteit is belangrijk bij het bewegen. Elke sport stelt eigen eisen aan de schoenen. Koop daarom schoenen die die passen bij de sport die het kind beoefent. Ook moeten ze goed zitten. Koop dus geen sportschoenen op de groei, al is dat vanuit kostenoogpunt nog zo verleidelijk.’

Bewegen vóór de groeispurt

‘Wij zien dat de algehele motoriek van kinderen de afgelopen generaties minder is geworden. Dit speelt zeker ook een rol in de relatieve overbelasting van kinderen tijdens de groeispurt. Allereerst omdat kinderen veel minder bewegen, maar ook omdat ze eenzijdiger bewegen. Zo verslechtert onder andere de balans’, stelt Peter. ‘Om een kind gemakkelijker door de veranderingen tijdens de groeispurt heen te laten komen, is het belangrijk dat het in de jaren daarvoor al voldoende en gevarieerd beweegt. Kinderen die veelzijdig bewegen, vinden tijdens de groeispurt betere beweegoplossingen en hebben minder blessures. Hun aanpassingsvermogen is beter, hun creativiteit groter, er is minder uitval door blessures en ze hebben meer plezier.

Peter van den Berg is fysiotherapeut en adviseur voetgerelateerde klachten.

Gebruikte bron:
www.knhb.nl